Overdenking
"Een leven dat spreekt”
Soup, Soap and Salvation. Het is een uitspraak van William Booth, die in de tweede helft van de 19e eeuw samen met zijn vrouw het Leger des Heils heeft gesticht. Met dit motto is het Leger des Heils wereldwijd bekend geworden. En daar zit een grote wijsheid in.
William Booth wilde heel graag, dat mensen zouden ontdekken dat er een Heer is, die álles voor jou over heeft om jou te helpen en te redden. Tegelijkertijd zag hij dat de mensen die deze boodschap héél hard nodig hadden, voor een heel groot gedeelte in dramatische armoede leefden. Armoede die bovendien heel vaak het gevolg was van onrechtvaardige omstandigheden. En hij besefte: een mens die zich continu afvraagt, hoe hij vandaag zijn maag
[en de magen van haar gezin…] kan vullen – die heeft helemaal geen tijd om over ‘levensvragen’ na te denken. Die vraagt zich alleen af, hoe zij blijft leven.
Eérst soep – éérst zorgen, dat je de basis aanreikt om gewoon méns te zijn, te kunnen leven. Daarna zeep – mensen helpen om zich fris te voelen, gezien te durven worden, zich weer waardig mens te voelen. Pas in derde instantie kun je dan spreken over Salvation, over het Evangelie.
Nog steeds kijk ik met bewondering en verwondering naar onze broeders en zusters van het Leger des Heils. Zij schamen zich absoluut niet, om duidelijk te maken dat zij vanuit geloof leven en werken. Zij getuigen van hun geloof, als daar om gevraagd wordt, en met een openheid en directheid, die ik verfrissend vind. En hun getuigenis wordt geaccepteerd in allerlei lagen van de maatschappij, die normaal gesproken uiterst kritisch spreken over geloof, over God. Waarom? Omdat er bewondering is voor het hándelen van de heilssoldaten. Dat maakt dat er openheid is om te luisteren.
Maar het principe “als ik je handelen vertrouw, kan ik misschien ook je woorden vertrouwen” geldt niet alleen aan de rand van de maatschappij, of onder geloofscriticasters. Dat geldt ook gewoon voor mijzelf. En voor de meeste mensen die ik ontmoet. En vast ook, voor de mensen die jij of u ontmoet.
Als ik er voor zorg dat mijn buurtgenoot, collega of sportmaatje de ruimte krijgt om méns te zijn, om zichzelf te zijn [en niet haar meest perfecte ik]. Als ik de ander zíe, in haar waarde laat, hem laat merken dat ik hem respecteer zoals hij is [ook als er fouten gemaakt zijn]. En als ik betrouwbaar blijk in hoe ik met hen omga… dan laat ik iets zien van hoe God ons vraagt, met onze naaste om te gaan. Dat kun je heel gewoon vinden, en eerlijk gezegd moet het dat voor een christen ook zijn.
Maar dat geeft wél de basis voor échte ontmoeting. En in échte ontmoeting kan ook ter sprake komen wat jou motiveert, te leven zoals je leeft. Omdat er vragen worden gesteld. Let op: je geeft dus ántwoord op een vraag, het initiatief ligt bij de ander. Niet ‘ik vertel wat jij moet weten’, maar dat ons gevraagd wordt: “jij doet… vertel mij eens waarom?” In zo’n echte ontmoeting kun je eerlijk openen, direct iets zeggen over hoe je jouw leven vormgeeft vanuit het geloof. Hoe het geloof in een God, die ons mensen zó lief heeft, dat Hij zelfs bereid was om voor ons te sterven, de basis vormt om zélf lief te hebben, liefdevol en respectvol met anderen om te gaan. Petrus [1 Petr 3:15] noemt dat: “verantwoording afleggen van de hoop, die in jou leeft.”
ds. Jacolien de Lange
